Edmond De Cneudt werd geboren in Gent, zoon van een bekende Vlaamse dichter. Hij begon zijn kunstenaarsbestaan bij de Haagse Academie voor Beeldende Kunsten en de Nederlandse Kunstweefschool. Daarna werd hij onderwezen in het weven door J.F.A. Semey en volgde daarnaast een opleiding leraar tekenen.
En op zijn 12e wist hij het al, hij zou wever worden. En dat werd hij. Het begon allemaal met het ontwerpen en maken van weefsels in een atelier bij zijn ouders aan de Bergweg in Woerden en hij begon daar een kleine kunstnijverheidsschool. Maar in 1928 kreeg hij TBC en moest hij gaan kuren in Bosch en Duin in Apeldoorn, waar hij aldaar prompt zijn medepatiënten leerde weven.
Tijdens een tentoonstelling in Den Haag in 1934 in de Toonzaal Thyssen werd hij alom geprezen voor zijn opmerkelijk meesterschap in de techniek van het mengen van kleuren. Hij raakte bevriend met kunstenaars zoals Cuno van der Steene en Andries Copier. Cuno van der Steene maakte de ontwerpen voor een 30-tal wandtapijten die daarna door De Cneudt werden gemaakt.
In 1936 verhuisde hij naar Soest, naar de villa Middelwijk aan het Kerkpad ZZ, waar hij een hand- en tapijtweverij begon, en dat met een beginkapitaal van 400 gulden. Meisjes uit Soest kwamen werken in zijn atelier, het was er gezellig, De Cneudt was een vriendelijke, goeiige werkgever.
Courbe VoieMaar op een gegeven moment begon het huurpand te lekken, de eigenaar was een beetje achterstallig geweest met het onderhoud. Na een hoop gehol en geren met bakjes en pannetjes om het vocht op te vangen kwam in 1942 villa Courbe Voie (Krommeweg) aan de Eemnesserweg in Baarn in het vizier, eigendom van de eau de cologneman Boldoot. Volgens De Cneudt kon hij het kopen voor een appel en een ei, er was veel meer licht en het was een stuk groter dan Soest, dus werd er weer verhuisd. Het koetshuis werd een weverij, handknoperij en spoelerij, de rest was woonhuis. Dit was natuurlijk ook weer bevorderlijk voor de werkgelegenheid in Baarn. In 1948 werkten er 43 personeelsleden en was De Cneudt de 3e belangrijke werkgever in Baarn.
Er kwam een order van Feijenoord voor een wandtapijt, het moest in de bestuurskamer komen te hangen. In 1950 werd een groot gobelin vervaardigd naar voorbeeld van de houtgravure 'Omhulsel' van M.C. Escher, dit zou later geplaatst worden in de Technische Universiteit Eindhoven. Het bedrijf genoot inmiddels hoog aanzien, vele kunstenaars kwamen een kijkje nemen.
Zo tussen 1973 en 1983 begon zoon Ric de zaak over te nemen. Maar de tijdgeest zat tegen, de concurrentie werd steeds groter door de goedkope, machinale producties en in 1983 was er nog maar weinig over van het exclusieve handwerk. Ook werden de personeelskosten steeds hoger en er was nagenoeg geen voorraad. De onvermijdelijke sluiting volgde, Edmond vroeg zelf het faillissement aan. De volledige inboedel ging onder de hamer in het Baarnse restaurant Astoria. Edmond overleed in 1989, het koetshuis werd woonruimte voor de familie.
Werken van De Cneudt worden o.a. bewaard en zijn te zien in het Textielmuseum in Tilburg.
Gobelin "Omhulsel"foto: Peter Cox








