Eens was er in Baarn een liftenfabriek, gevestigd aan de Heemstralaan nummer 5. Dirk Vis (1854-1922) runde samen met zijn compagnon Samuel Timmers Verhoeven een smederij annex scheepswerf in Wormerveer, genaamd 'De Zaan'.
Zij produceerden stoomketels, roeiboten, vrachtschuiten en heel voorzichtig ook liften. Ook grotere schepen werden er gebouwd, soms waren er 50 man werkzaam.
Maar in 1905 ontstond er onmin, er kwam een einde aan de samenwerking, Vis stapte eruit en vertrok naar Baarn, waar de welgestelden woonden. Deze wilden graag liften laten aanbrengen in hun villa's om levensmiddelen door het huis te transporteren. Vis vestigde zich aan de Heemstralaan nr. 5, daar was al eerder een smederij gevestigd en in de tuin kon een grote houten werkplaats worden gebouwd.
Hij leverde liften, zowel met de hand bediend als elektrisch, aan ziekenhuizen en particulieren, zoals bijvoorbeeld aan de familie Bentinck om doodskisten te transporteren op de begraafplaats van Amerongen.
In 1922 overleed Dirk, zijn zoon Jacob nam de zaak over. In 1948 verkocht Jacob het bedrijf aan Arend van Ommen, wonende aan de Heemstralaan nr. 9. Drie jaar later verkaste deze naar nummer 5. Hij noemde de zaak Liftenfabriek Baarn, ofwel LFB. De liften werden ter plaatse in elkaar gezet, de onderdelen gingen daar per spoor naartoe of werden vervoerd door het vervoersbedrijf Van der Woord in Baarn.
1n 1961 nam zijn zoon Bert het bedrijf over. Bert ging er flink tegenaan, deed zaken met Suriname en vestigde een liftenfabriek in Paramaribo. Tijdens zijn afwezigheid werden de zaken in Baarn gerund door zoon Bram.
De zaken gingen voorspoedig, grote en kleine liften werden geleverd, bestemd voor personen, maar ook voor boeken of voor keukengebruik.
Bert hield ervan om technische problemen, hoe ingewikkeld ook, op te lossen. Dat deed hij met 5 tot 6 personeelsleden, maar eigenlijk deed de hele familie mee, ook zijn vrouw die tijdens haar huishoudelijke beslommeringen ook nog eens aan de telefoon zat om haar man op te trommelen als hij ergens nodig was.
Er werd keihard gewerkt, overal in het land werden zaken gedaan, bijvoorbeeld bij Hotel Schiller in Amsterdam, maar ook bij hotel Zeiler en het Leger des Heils in Baarn.
Het bedrijf was vooral sterk in het leveren van liften op maat. Bovendien, zo stelde Van Ommen, waren ze buitengewoon veilig, een lift valt hoogstens omhoog vanwege de sterke staalkabels, zo placht hij te zeggen.
Het grootste karwei was voor Bert zijn aandeel in de Deltawerken. Alleen hij kon die klus klaren vanwege het maatwerk, andere bedrijven werkten met standaardmaten. Het betrof hier een lift voor een groot ponton, de Mytilus, dat in 1979 in de vaart kwam voor de bouw van de stormvloedkering in de Oosterschelde, een ongelooflijk zwaar karwei, waarbij zijn medewerkers ook nog eens 1 voor 1 bedankten voor de eer.
In 1980 kreeg hij zoveel opdrachten dat het bedrijf uit zijn jas groeide en er voor meer ruimte werd uitgeweken naar Almere, waar de grond ook nog eens goedkoper was.
In 2018 overleed Bert na hard en veel werken en werd de liftenfabriek officieel gestopt. Zijn twee zoons, ook aangestoken door het liftenvirus, zijn nog altijd werkzaam in de branche.
De liften van Van Ommen zijn nog steeds in bedrijf, zowel klein als groot, van keukenliften tot Deltawerken.








