Historische Kring Baerne

Klik hier voor de foto-collectie Klik hier voor de object-collectie Klik hier voor Verhalen van Baarn Klik hier voor Op pad in Baarn Klik hier voor 675 jaar stadsrechten Baarn Klik hier voor vacatures

Onlangs kwam er een mail binnen van Mevrouw Mercia Vries met haar herinneringen aan de hongerwinter. Heel speciaal om dit te lezen en, met toestemming, plaatsen wij dit op deze plek.

De vader van mevrouw Vries had destijds een elektronicawinkel in de Brinkstraat. 

“Het gaat om een gebeurtenis tijdens de hongerwinter in de 2e W.O. nog voordat wij werden bevrijd door de Schotten en Canadezen.

Mijn vader en moeder hebben in die periode een groep onderduikers opgevangen (5 mannen) en hen te eten gegeven. Dat was een hele organisatie en ook het zoeken naar iets eetbaars was een dagtaak voor mijn
vader. Hij vroeg in die periode als hij voor iemand moest werken geen geld als betaling maar eten, bijvoorbeeld aardappelen. Vaak ook bij de boeren over de Eem, die goede klanten van hem waren. Eveneens voor
werkzaamheden in het Badhotel (dus voor de Duitsers) vroeg hij eten. Omdat hij dat deed is hij zelfs na de bevrijding als collaborateur bestempeld en werd hij gevangen gezet in Kamp Amersfoort. De buurt dacht dat hij voor de
Duitse Wehrmacht werkte en sommige personen die de pest hadden aan mijn vader dachten hem flink te pakken te nemen. Goddank is later – maar na een half jaar, de waarheid aan het licht gekomen en mijn moeder en ik hebben
de persoon die dat heeft geflikt naar de hel gewenst.

Echter, was eten voor die onderduikers het belangrijkste anders waren ze de hongerdood gestorven. Die vijf mannen uit Rotterdam hebben wij nooit meer kunnen identificeren. Ze hadden geen eigen namen en niemand kon
ons vertellen waar ze gebleven zijn na de bevrijding.

In die periode is er in het weiland van boer Paridon, het weiland waar later achter het tolletje een kerk werd gebouwd en inmiddels een appartementengebouw staat, een paard doodgestoken. Aangezien ik met de kinderen uit
de Brinkstraat altijd speelde, mijn vriendjes waren de jongens Steenstra, en Theo Moorselaar en ook mijn vriendinnetje van Brink 8, Elly Koelewijn, kreeg ik meteen de melding via de ‘straat’ dat we met een mes naar dat weiland moesten gaan om vlees van het paard te snijden. Dus met die kinderen gingen we met grote messen naar dat paard en sneden flinke stukken vlees uit de billen van het paard. Onvoorstelbaar dat je dat als kind deed en ik
was verschrikkelijk dol op dat paard. Tja, de honger was toen zo belangrijk dat je zoiets gewoon deed. Mijn moeder kon dus weer een paar dagen extra eten verzorgen.

Die onderduikers kwamen via de achtertuin over het muurtje van de Kampstraatkerk bij ons binnen en verdwenen op dezelfde manier weer naar hun onderduikadres. Dat onderduikadres werd ons niet verteld, dan kon je ze ook
niet verraden.

Tot zover mijn oorlogsherinnering.“

HKB2606 Gaarkeuken Gaslaan 3 MQEen gaarkeuken aan Gaslaan 3 (niet in dit verhaal)