Speelgoed, het behoort tot onze eerste herinneringen. Of het nou een dure brandweerauto was of een eenvoudig fluitje, we vonden het prachtig. Maar speelgoed van mooi hout dat ook nog eens bijna onverwoestbaar is, dat is wel heel speciaal.
Aan de Sophialaan in Baarn woonde Frits Köhler. Hij was de zoon van een poelier en werd geacht zijn vader op te volgen, maar zoals dat wel meer gaat had hij daar helemaal geen zin in. Hij hield meer van knutselen met hout, maakte er speelgoed van en kleine bootjes. Toen hij oud genoeg was begon hij met dit speelgoed door Nederland te reizen en haalde hier zomaar honderdduizend gulden aan orders binnen!
Op 1 april 1946 vestigde hij zich aan de Acacialaan en noemde zijn nieuwe zaak KODA. Dit was een samentrekking van zijn eigen naam, Köhler en zijn vriend Henk van Dam, een meubelmaker met wie hij ging samenwerken. Hij haalde personeel uit de buurt: op een gegeven moment werkten er 50 mensen voor hem op de 'latjesfabriek', zo genoemd vanwege het bruikbare houtafval dat de buurtbewoners goed konden gebruiken.
Vanaf 1947 ging KODA samenwerken met Jumbo, toen nog Hausemann en Hötte geheten. Het logo werd een gevleugelde olifant met de naam KODA daarboven.
Veel kleur gebruikte KODA niet, het werd bijna overwegend uitgevoerd met een dikke laag blanke lak. Zo werden veel autootjes, roldieren en treintjes gemaakt, maar zij maakten ook nog wat anders, een modelzeiljacht op schaal, helemaal natuurgetrouw. Met behulp van zo'n bootje kon je de techniek van het zeilen onder de knie krijgen.

1949 werd een heel slecht jaar, Henk van Dam hield er mee op, goederen werden te laat geleverd. Hausemann en Hötte kregen steeds meer de overhand en de naam KODA verdween uit het logo, dat nu nog alleen uit een olifantje bestond. Maar ook begon het plastic speelgoed meer en meer het hout te verdringen, zeker ook vanwege de prijs. Hierdoor ging KODA ook over om naast het speelgoed zonweringen en luifels te vervaardigen, alsook naaidozen, deegrollers en schooltafels voor de firma Luctor NV in Baarn.
Maar in 1970 sloeg het noodlot echt toe. In de omgeving van de Acacialaan vonden in die tijd veel verbouwingen plaats waardoor de fabriek voor verkeer moeilijk of niet te bereiken was, hierdoor kwam het bedrijf stil te liggen. De gemeente wenste hier niets aan te doen. KODA diende in 1979 een schadeclaim in van 40.000 gulden, waar de gemeente 'nee' op zei. De Raad van State zei gelukkig 'ja', en de gemeente moest betalen.
Toch bleek het bedrijf niet meer te redden, KODA stierf een langzame dood. De zoon van Frits Köhler zag de zaak ook niet zitten, hij was trompettist, zijn hart lag bij de muziek. Zo kwam er een einde aan de fabriek, maar zeker niet aan het houten speelgoed.
Nog steeds spelen onze kinderen met veel plezier met hun houten blokken, treintjes en beestjes en behoort het houten speelgoed nog steeds tot het betere speelgoed.








